Punten per wedstrijd
Bij toernooien in poulevorm schrijft het KNLTB-toernooireglement (artikel 47) dit puntensysteem voor:
| Resultaat | Punten |
|---|---|
| Winst | 2 punten |
| Gelijkspel | 1 punt (vangnet; tennis kent normaal geen gelijkspel) |
| Verlies | 0 punten |
| Walkover-winst (tegenstander komt niet op) | 2 punten + 1 set gecrediteerd |
De deelnemer met de meeste punten wint de poule. Wie zich terugtrekt of niet komt opdagen (walk-over) eindigt onderaan.
Dit verschilt van het reguliere KNLTB-ratingsysteem (DSS), dat een complexe formule gebruikt op basis van relatieve speelsterkte. Het puntensysteem hierboven geldt specifiek voor poulestanden binnen een toernooi.
De 5 tiebreakers bij gelijke stand
Staan twee of meer spelers op hetzelfde puntentotaal? Dan worden achtereenvolgens deze criteria toegepast:
1. Onderling resultaat
Wie won de directe onderlinge wedstrijd? Als speler A 5 punten heeft en speler B ook 5 punten, maar A won van B met 6-3 6-4, dan staat A hoger.
Let op: Bij drie of meer spelers met gelijke punten kan het onderling resultaat een cirkel opleveren (A wint van B, B wint van C, C wint van A). In dat geval gaat het systeem door naar de volgende tiebreaker.
2. Setverschil
Sets gewonnen minus sets verloren. Een speler die 4 sets won en 1 verloor heeft een setverschil van +3. Een speler met 3 gewonnen en 2 verloren heeft +1.
3. Gameverschil
Games gewonnen minus games verloren. Dit is het fijnmazigste verschil. Een speler die wedstrijden wint met 6-4 6-3 heeft een beter gameverschil dan iemand die wint met 7-6 7-5.
4. Meeste sets gewonnen
Als het setverschil en gameverschil identiek zijn, telt het absolute aantal gewonnen sets.
5. Meeste games gewonnen
De laatste tiebreaker: het absolute aantal gewonnen games.
Voorbeeld: drie spelers op 5 punten
Stel dat in een poule van 4 spelers (elk speelt 3 wedstrijden) er drie op 5 punten eindigen — elk won er twee en verloor er één, en onderling winnen ze van elkaar in een kringetje:
| Speler | Ptn | Sets +/- | Games +/- |
|---|---|---|---|
| Anna | 5 | +2 | +8 |
| Bram | 5 | +2 | +5 |
| Carmen | 5 | +1 | +3 |
Onderling resultaat levert een cirkel op (Anna won van Bram, Bram van Carmen, Carmen van Anna). Setverschil: Anna en Bram +2, Carmen +1. Carmen staat derde. Tussen Anna en Bram beslist het gameverschil: Anna (+8) staat boven Bram (+5).
Eindstand: 1. Anna, 2. Bram, 3. Carmen.
Walkovers en opgaves
Twee bijzondere situaties verdienen aandacht:
- Walkover: De aanwezige speler krijgt de winst (2 punten) en 1 set gecrediteerd. Er worden geen games geteld — dit voorkomt dat een walkover het gameverschil onrealistisch beïnvloedt. Wie niet komt opdagen krijgt 0 punten.
- Opgave tijdens de wedstrijd: De score op het moment van opgave telt. De tegenstander krijgt de winst en het setresultaat wordt vastgelegd zoals het op dat moment stond.
Veelgestelde vragen
Verschilt de toernooi-standenberekening van de KNLTB-rating (DSS)?
Ja. De KNLTB-rating (Dynamisch Speelsterkte Systeem) berekent je rating na elke wedstrijd op basis van de relatieve sterkte van je tegenstander. De standenberekening in dit artikel gaat over de eindstand binnen een toernooipoule — dat is een eenvoudiger puntensysteem.
Moet ik de standenberekening handmatig bijhouden?
Nee. Met een digitale toernooiplanner worden de standen automatisch berekend na elke ingevoerde score. Klik op een speler om al zijn wedstrijden en statistieken te bekijken.
Wat als twee spelers exact gelijk staan na alle 5 tiebreakers?
Dit is uiterst zeldzaam. In de praktijk beslist de toernooidirecteur dan via loting of een beslissingswedstrijd.